Kwaliteit VVE/kinderopvang verbetert, nu de samenwerking nog!

Datum | 24 februari 2017
Categorie | Actueel Archief Publicaties

Recente publicaties in de media ‘kwaliteit VVE verbeterd in G37’ (Inspectie van het onderwijs) en ‘gebruik van VVE toegenomen’ (Volkskrant 21 februari j.l.) geven een positiever beeld van de opbrengt van het VVE aanbod dan een paar jaar geleden. Ook het SER rapport over de kinderopvang stelt dat dat VVE/kinderopvang een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van kinderen.

Weg met de schotten

Toch zijn er voor de sector nog de nodige uitdagingen. Naast de blijvende aandacht voor kwaliteit van het VVE aanbod en van de reguliere kinderopvang, is het verwijderen van de schotten tussen kinderopvang en primair onderwijs is minstens zo belangrijk. De ontwikkeling van kinderen moet als proces centraal staan bij de samenwerking tussen kinderopvang en het onderwijs. Als we naar het VVE aanbod kijken, hebben we het over de leeftijden van 2,5 jaar tot 6 jaar. De overgang van kinderopvang naar school kan meer afgestemd worden op de ontwikkeling van kinderen. Deze doorlopende leerlijn is net zo belangrijk als de kwaliteit binnen de opvang en de school.

‘Out of the box denken’ noodzakelijk

‘Out of the box’ denken is noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen waarbij kinderopvang en school samenwerken rond het vierde levensjaar van een kind. Organisaties stuiten dan vaak op de wettelijke kaders van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) en de Wet Kinderopvang (Wko). Soms moet en kan je buiten de lijntjes kleuren om nieuwe ontwikkelingen op gang te brengen.

Regierol gemeente

Als een opvangorganisatie en een school zo ver zijn om de samenwerking goed vorm te geven, is het van belang dat de gemeente dit faciliteert. De gemeente voert in toenemende mate landelijk beleid uit; denk daarbij aan  de extra middelen voor het peuterwerk en de opvang/scholing van kinderen van statushouders. Dit soort nieuwe ontwikkelingen kunnen door de gemeente financieel worden ondersteund. Wij zien in de praktijk dat juist als gemeenten zich hier pro actief opstellen, dit tot resultaten leidt. Met name kleinere gemeentes zullen de komende jaren in kennis moeten investeren om jeugdbeleid vorm te geven en uit te voeren. De tendens dat gemeentes landelijke beleid moeten uitvoeren, zal volgens ons alleen maar toenemen.